Over het theater

De geschiedenis van het voornamelijk uit hout opgetrokken theater begint eigenlijk met het voormalige Passage Theater. Dit filmtheater werd in 1933 in de omgeving van de Koemarkt gebouwd in opdracht van het Amsterdamse Tuschinski-concern. Het Standaart Theaterorgel werd in die tijd gebruikt om de zwijgende films van passende achtergrondmuziek te voorzien. 

In de jaren zeventig werd het Passage Theater ingrijpend verbouwd, waarbij de Jugendstil-elementen helaas uit het beeld verdwenen. Uiteindelijk werd het theater in 1994 gesloopt om plaats te maken voor het winkelcentrum De Nieuwe Passage. Plannen om op een meer geschikte locatie in het stadscentrum een nieuwe schouwburg te bouwen, waren toen al in een vergevorderd stadium. Op 15 april 1998 opende het huidige theater haar deuren aan het Stadserf met een aantal inspeelvoorstellingen, waarna in september 1998 de officiële opening plaatsvond.

Standaart Theaterorgel
In opdracht van het Amsterdamse Tuschinski-concern werd in het begin van de dertiger jaren een Grand Théâtre aan de Koemarkt gebouwd. In dit nieuwe Schiedamse filmpaleis werd tijdens de vertoning van de zwijgende films gebruik gemaakt van een speciaal voor dit theater gebouwd cinemaorgel. Het instrument werd in 1933 ontworpen en gebouwd door N.V. Standaart’s Orgelfabrieken Schiedam. Een van de bekendste bespelers van dit Schiedamse instrument was Joop Walvis. Hij speelde tijdens de vertoning van de zwijgende films. Het Schiedamse Standaart Theaterorgel werd, voordat het Passage Theater in 1994 werd gesloopt, door leden van de Nederlandse Orgel Federatie (NOF) in zijn geheel gedemonteerd en opgebouwd in twee daartoe ontworpen orgelkamers, aan de linker- en rechterzijde van het podium in de zaal van Theater aan de Schie. Het Schiedamse theaterorgel behoort tot de weinig overgebleven instrumenten van Standaart die nog bespeeld worden.

Architect

Theater aan de Schie is een ontwerp van architect Hans Ruijssenaars. Voor hij in 1992 de opdracht kreeg een nieuw theater voor de gemeente Schiedam te ontwerpen, had hij reeds naam gemaakt als architect van het Casino Lido in Amsterdam en het bijzondere Apeldoornse stadhuis. Voor het ontwerp van Theater aan de Schie liet Ruijssenaars zich inspireren door het wereldberoemde, geheel uit hout opgetrokken Teatro Farnese, dat in de 17e eeuw werd gebouwd in Parma, Italië. Zacht geurend hout en een uitgekiende lichtinval zijn daardoor de belangrijkste architectonische kenmerken van Theater aan de Schie geworden.

Het laatste nieuws van Theater aan de Schie in uw mailbox?